gedicht: toe-de-loe
Jeroen Kraakman @ 15 Sep 2020

duizend dahlia's dansen duizelingwekkend in de warme zomerwind
koperkleurige kelken kalmeren mijn oververhitte gestel
daar is mijn vriend, vrolijk als een bloem

vogelgekwetter en klagende geitjes vinden er het hunne van
wespen en bijen zoemen; sommigen tevreden, anderen boos
de zon en haar wolken kijken gedachteloos toe
het enthousiasme van geelblonde teefjes vertederd

mijn favoriete zwerver eet yoghurt met zijn blote handen
een nieuwbakken moeder oogt schuw, angstig voor het kwaad van haar kind
giechelende grietjes eten chips, drinken water uit de grondpomp

ik probeer de kleuren te tellen, aroma's te proeven
het gefluister van stervende bloemblaadjes op te vangen

dreunend vertrekken de laatste vrachtwagens vol vertier
vermoord gras, goudgeel hulpeloos, reikt doods geurend naar mijn enkels
de lelijkheid van normaliteit verwelkt schoonheid
zo vergaat het leven

bloemen en planten
zijn net mensen.

Dit gedicht stond in de september-editie van de Assendorper
Jeroen Kraakman @ 08 Sep 2020

Jeroen Kraakman @ 04 Sep 2020

volgende - vorige

of check het archiev


© 2007-2020 aaprijdtkever.nl