duizend dahlia's dansen duizelingwekkend in de warme zomerwind
koperkleurige kelken kalmeren mijn oververhitte gestel
daar is mijn vriend, vrolijk als een bloem

vogelgekwetter en klagende geitjes vinden er het hunne van
wespen en bijen zoemen; sommigen tevreden, anderen boos
de zon en haar wolken kijken gedachteloos toe
het enthousiasme van geelblonde teefjes vertederd

mijn favoriete zwerver eet yoghurt met zijn blote handen
een nieuwbakken moeder oogt schuw, angstig voor het kwaad van haar kind
giechelende grietjes eten chips, drinken water uit de grondpomp

ik probeer de kleuren te tellen, aroma's te proeven
het gefluister van stervende bloemblaadjes op te vangen

dreunend vertrekken de laatste vrachtwagens vol vertier
vermoord gras, goudgeel hulpeloos, reikt doods geurend naar mijn enkels
de lelijkheid van normaliteit verwelkt schoonheid
zo vergaat het leven

bloemen en planten
zijn net mensen.

Dit gedicht stond in de september-editie van de Assendorper
Jeroen Kraakman @ 08 Sep 2020

Jeroen Kraakman @ 04 Sep 2020

gedicht: ziekenhuis
in het ziekenhuis vanmorgen
stapte een oude man langzaam de wachtkamer binnen
zijn lijf dun en versleten, mistflarden in het hoofd
voorzichtig nam hij plaats op een plastic stoel

een vrouw van zijn leeftijd sluit een deur
herkenning, een gesprek
hij staat, luistert
wankelend op dunne benen in een vale, wijde broek

ze praat zachtjes en huilt
plots
als ze fluistert
ik hou het maar amper vol zo

de eenzaamheid van tranen
om de eenzaamheid van leven

zo staan ze daar, op anderhalve meter
ieder even machteloos
in stilte verzonken

als ze voortschrijdt
neemt de oude man zijn plastic stoel
trillende handen vol niets

een naam weerklinkt
tweemaal
schudt hem langzaam wakker uit oude dromen
zijn blik is mistig als zijn haar, zijn geheugen
het verleden

sterke, opgestroopte mouwen leiden
een deur sluit.
Jeroen Kraakman @ 31 Aug 2020

volgende - vorige

of check het archiev


© 2007-2020 aaprijdtkever.nl