het fijne van zondagochtend half acht, is dat er nog zo weinig mensen in het bos zijn; vogelgeluiden druppelen door de lucht, bestaande uit ontelbare lagen grijsblauw; de wereld is hier flinterdun, hemel en aarde inwisselbaar; waar Tome ook kijkt, hij zie niets en is verbonden met alles; iedere inademing vervult hem met nieuwe hoop; het wordt geen mooie dag, die is het al
het is een ander bos; hij kent de omgeving, maar struinde nog nooit over deze paden; op zoek naar nieuwe plekken om afwezig te zijn, voerde hij zijn kaarten aan het vuur en verdween; zomaar een pad volgend, zijn voeten achterna; het is zoals zijn vingers over het instrument bewegen, als hij speelt; zonder te weten waarheen hij gaat, komt hij altijd in de melodie terecht
het fijne van zondagochtend half acht, is dat er nog niemand anders in het bos is; slechts de klanken in haar hoofd, die haar bewegingen leiden, terwijl ze gedachteloos op blote voeten over stoffige grond en zachte dennennaalden beweegt; armen gestrekt en licht gebogen; dit is waar Kaya stilte vindt, in de veiligheid van niets, niemand en toch alles
betekenisloze klanken dansen over haar lippen; kleine woorden, zacht zuchtend, vertellen verhalen van onbegrijpelijk leven; de uiting verscholen in haar bewegingen, wordt er slechts door benadrukt; kunst kent vele vormen en wie haar pretendeert te begrijpen, probeert te verhullen dat niemand de machinaties van een ander werkelijk kan doorgronden
het is als een droom, zelfs als een exacte kopie ervan; eentje die hij uit zijn archieven zou kunnen halen, mocht er zo een plek bestaan; een kamer in een huis waar alle gedroomde verhalen keurig gerangschikt staan in hoge boekenkasten; op alfabet of chronologie, verpakt als speelbare films, maar zonder de betrokken emoties
het is als een droom, betoverend bewegen; vanuit diverse bomen, naakt en kaal, klinkt het gehamer van spechten; vogelgezang dartelt er chaotisch omheen; fluwelen paniek of verleiding, het doet niet aan de belevenis af; ergens in de verte klinkt een sirene, heel even maar; in de zachtheid van haar ademhaling, sijpelt het besef binnen gezien te zijn
hij sluit zijn ogen, draait zich om en begint op goed geluk te lopen; enkele stappen over het pad, dan al zwervend het doffe gras in; takken grijpen naar haren, gezicht, schouders; een stam legt zijn drijvend bestaan het zwijgen op; leg u hier maar neer, neem rust; blijf achter
ze opent haar ogen, zakt door haar knieën en laat zich vallen; stof dat om haar enkels golfde, daalt op ze neer; languit, met gesloten ogen, offert ze zichzelf op aan het grijsblauw en grauwbruin; beknelt in een eeuwige omhelzing, luistert ze; leg u hier maar neer, neem rust; blijf achter.
Geschreven op 01 Mar 2026