ze vertelt van
stilstaande tijd en scheurende gedachtes
dagelijks
tienduizend stappen rond Gaasperplas
een lichaam
dat vecht om vooruit te komen
met een hoofd dat opgeeft
verdriet en wanhoop drukken hand
om de laatste restjes
van haar verschroeid leven
ze vertelt van
in de mist op maandagochtend verdwijnen
terugkeren met tegenzin
soms is haar stem
niets meer dan een fluistering
zuchten van wind
in een wolkendek zonder beweging
ondertussen
sleept ze achter tijd aan, slentert ze
voort, immer voort
en ik wil helpen, ik wil duwen, ik wil trekken, ik
verspreid wijsheden zoals een paardenbloem
haar vlindervruchtjes
ik, die zoveel jaren verdween in eigen mist
vraag steeds
wat kan ik doen, wat heb je nodig, wie zal ik zijn?
en ze zegt
je doet het al, je bent het al, want
je bent er
Geschreven op 17 Mar 2026