Als de dichter zingt - ov.er - cont.act - knapmooi.


Stronk
Op een zondagavond wandelde ik langs een verlaten kantoor. Ondanks de leegte, brandde er licht. Ik dacht aan de lampen die wij thuis altijd achter onszelf uitzetten, als we een kamer verlaten en liep mopperend verder. Ik passeerde een nagenoeg lege vuilnisbak, op het bankje ernaast lagen lege halve liter blikken bier. Op de rugleuning van het bankje waren enkele peuken uitgedrukt. Snel stak ik de straat over, langs het park. Naar binnen mocht ik niet. Om te voorkomen dat het mooie groen verpest wordt, staat er een hek omheen. Grote stalen spijlen weerhielden mij ervan te genieten van vochtig groen gras en helder dansende bladeren in de zacht zuchtende wind. Ik probeerde wanhopig de geur van het park op te snuiven, maar inhaleerde slechts de uitlaatgassen van geparkeerde auto's. Een rokende man trommelde met zijn vingers op het stuur, terwijl zijn geliefde drank haalde bij de slijterij aan de overkant. Twee kinderen toeterden guitig lachend van ongeduld naar hun vader, die in dezelfde slijterij op zijn beurt stond te wachten. De hoek om, het aanstaande huiselijk geweld achter mij, trof ik een verlaten straat. Aan de overzijde van het afgeschermde park, begon het eveneens afgebakende terrein van kantoren, het ziekenhuis en helemaal achteraan de nieuwe vuilnisbelt. Aan mijn kant van de straat, langs het stalen hek dat het park tegen mijn aanwezigheid beschermde, stonden hoge, oude bomen. Keurig geknipt en geschoren, als de wachters van de koningin. Ik kende deze bomen goed, passeerde hen haast dagelijks en was geschokt toen er één bleek te missen. Afgezaagd bij de enkels, als we de oude reus even een menselijke vergelijking mogen toedoen. Misschien was de boom ziek. Of wankel. Wij mensen hebben de neiging om wat ziek is te verwijderen. Gevaarlijk voor de omgeving. Of doet het ons soms teveel denken aan onze eigen sterfelijkheid? Ik bleef daar maar staan kijken. Naar die boom die er niet meer was. Die boom die niet uit eigen wil het leven had verlaten. Die boom die een thuis was geweest. Voor vogels en misschien wel een eekhoorntje. Voor torren, kevers en spinnen. Voor leven zo klein, dat we het niet zouden missen, als het plots verdwenen was. Zoals de boom niet gemist wordt, nu hij verdwenen is. Gekapt, verknipt. Tot planken gehakt, verwerkt tot eettafel of kledingkast. Misschien wel vermalen tot pulp, dienend als papier voor het debuut van een zelf publicerende schrijver. En dat zijn dan nog enkele van de mooiere doelen die deze boom kan dienen. De boom is verdwenen. De boom wordt vergeten. En terwijl ik daar zo stond, dacht ik dat ik daar niets aan kon veranderen. Tot ik op de stronk ging staan en het tegendeel besefte.

En nu sta ik daar alle vrije minuten die ik heb. In weer en wind. Als de verpersoonlijking van het gemis van deze boom. Ik ben zijn kind, zijn opvolger. Ik ben zijn herinnering. Mijn voeten op zijn stronk, zijn verdwaalde beestjes kruipen tussen mijn tenen. Het is een nutteloze bezigheid. Het is geen verzet of heldendaad. Het is niet bijzonder of leuk. Hooguit een beetje vreemd.

Toch wilde ik het even vertellen, want ik word er zo moe van dat alles maar voorbij gaat.
0 Comments
Posted on 28 Jan 2019 by Jeroen



aaprijdtkever.nl is een project van Jeroen Kraakman. Je kunt het lezen of niet.
© 2007-2019 aaprijdtkever.nl KvK-nr 74382330