aaprijdtkever.nl is een project van Jeroen; schrijver en dichter
je kunt het lezen, of niet

gedicht: hemel//haven
tussen modder en sterren
op mijn rug
hoor ik de wolken
verhalen vertellen
van vrouwen en
monsters
het is net echt

we bezoeken de menigte
op zoek naar
verlossing, troost
en zij
die in de zee verdween
ik hoor hoe
ze op oorlogspad ging

het water smeekt
ze laat overal
haar duisternis achter
kan het niet helpen
het moet eruit
ze fluistert
tegen de ondergaande zon

vanavond
zou ik de maan willen zijn
verdrinken
zonder te verraden
slechts een ode
aan het meisje, de vrouw
die ze ooit was
Jeroen Kraakman @ 12 Apr 2024

het begon met goedemorgen; een vluchtige lichtbijtende groet als remedie voor irritatie; een van hen stak kruislings de weg over, de ander moest iets uitwijken; de opvlammende boosheid werd gedoofd met een korte blikwissel; twee flauwe glimlachjes en een groet; goedemorgen

het was de uitwijkende fietser die de woorden er fluweelzacht uit liet glijden, ook tot eigen verrassing; de wildoversteker was te verbaasd of geschrokken om iets terug te zeggen en dat was dat (of had het kunnen zijn)

ware het niet dat, een etmaal minus drie minuten later, zij elkaar opnieuw troffen; zelfde kruispunt, zelfde oversteker, zelfde fietser; deze keer was het de voetganger die het bal opende en vrolijk aarzelend een hand opstak, gevolgd door een haast onverstaanbaar hey
de fietser, koptelefoon op, groette de wildoversteker die hij niet vergeten was, enthousiast; goedemorgen!
op een gezicht een vrolijke grijns, op het andere een fijne glimlach en dat was dat (of had het kunnen zijn)

ware het niet dat, twee ochtenden later, de precieze tijd is verloren gegaan, zij elkaar opnieuw ontmoetten; zelfde kruispunt, zelfde oversteker, zelfde fietser; ze zagen elkaar slechts enkele tellen voordat de onvermijdelijke bijna-botsing plaats zou vinden, toch was er een uitwisseling van lachen en groeten en (leek het maar zo of was het er echt?) een lichte blos op twee paar wangen

het was moeilijk te zien in het vroege naduister, toch zou het zomaar kunnen; op deze vrijdagochtend hing er een vleugje magie in de lucht; een nieuw seizoen was begonnen, de wereld was verder gegaan; de lente leek nog ver, toch deed de belofte van haar bestaan al een voorzichtige warmte ontstaan

en zo gingen ze ieder hun weegs, de dag tegemoet met een eerste, warme, ontmoeting in het hart gesloten; een beleven van zo'n fragiele nietsheid, dat ze amper leek te bestaan in de grootsheid van het dagelijks leven; maar ze bestond en dat was dat
Jeroen Kraakman @ 09 Apr 2024

gedicht: stroomgelijnd

ze tekenen
ruwe lijnen op kil staal
verstoren
zachte werkelijkheid tot
ze vliegen
plots en massaal
met duizenden
vloeiend verbonden
mijn binnenst
opent, fluistert
zwijgt, luistert.
Jeroen Kraakman @ 05 Apr 2024

kleine fictie: ongevonden leegte
ze zei
'ik ben in constante staat van rouw, want ik verlies elke dag een stukje van mijzelf'
trok de deur achter zich dicht en hoopte vermoedelijk
dat het huilen hiermee stoppen zou

toen ik haar
even na negen maanden afwezigheid door de supermarkt zag snellen
zag ik de strepen op haar wangen
het ongelijk in de ogen die ooit betoverden

ze viel
kille tranen snikkend in het maaltijdpakket dat mijn zaterdagavond vormde
mompelde onverstaanbare frasen van
ongevonden sterren

we vulden samen een mandje met alle lekkernijen die we op zaterdagavonden deelden
ik betaalde
liep mee naar een fiets die ik niet kende
veegde haar uit het gezicht dat ik vast wilde pakken, liet haar hand los en luisterde

'in het flatgebouw tegenover het mijne, staat al maandenlang een appartement leeg waarin niemand woont en het licht altijd brandt'
mijn hoofd vulde zich met de vragen die een psycholoog zou stellen
ik zweeg
in haar ogen lag de vraag waar ik een zwangerschap op had gewacht

een voorbijrennend kind verbrak de betovering
in zijn blonde speelsheid maakte hij het geluid van een verkouden uil
ze hield haar hoofd een beetje schuin, de vinger van een hand lepelde voorzichtig naar één van de mijne
er stak een wervelwind op in mijn lijf

in de vlagen die mijn bloedbaan geselden, klonken stemmen uit het verleden
ze draalden om de toekomstdromen die haar ogen hadden laten bloeien
ik wist;
als ik nu meega, zijn we in een oogwenk terug in het veilige oog van de storm, daar waar alles zwijgt en iedere beweging dodelijk kan zijn

ik zag de kleine huisjes
uiteengerukt door een tornado, hebberig als een jarig kind
planken, deuren, meubelen, een verbaasde cavia achter tralies, alles wat ik nooit had, vloog door de lucht
wat resteerde was leegte

ze zei
'trek je schoenen maar uit, de verwarming doet het nu, wil je koffie, ik probeer te minderen, maar eentje kan nog wel'
we sneden mijn maaltijdpakket in stukken, ze kookte volgens eigen recept
het smaakte lekker

de boeken lagen op dezelfde planken, we keken wie is de mol op haar laptop
achter de bank stond de kapotte televisie
tijdens de aftiteling viel ze in slaap met haar hoofd op mijn schouder
de geluidjes die ze maakte, vulden mijn hart

ik bewoog, ze fluisterde
'je mag overal naartoe, maar nooit meer ver van mij'
in het flatgebouw aan de overkant zag ik het lege appartement waarin licht brandde
erboven de zwarte hemel vol ongevonden sterren

ik legde haar in bed, kuste haar voorhoofd
ze omhelsde me kort, ik weet niet of ze me hoorde, ik zei
'ik ben in constante rouw geweest, want ik verloor mijzelf in jou'
trok de deur achter me dicht en hoop steeds
dat het huilen hiermee stoppen zal
Jeroen Kraakman @ 02 Apr 2024

we zitten
als tegenovergestelden op de achterbank
starend uit het raam

ze zegt dat ik
de enige hemel ben geweest
die bestond

en zij was een vallende ster
verdwijnend
in mijn oneindigheid

onleesbaar verkeersbord,
vallende bladeren
we gaan nergens meer heen

ze zal een gedicht schrijven
over de dag
dat mijn hoofd op haar schouder lag
Jeroen Kraakman @ 25 Mar 2024

mijn pen
bloedt dromerige druppels
op jouw huid

inkt vermengd met stilte
vormt de basis
van dit hoofdstuk

we kleuren ieder
ons deel van het verhaal met
stipjes en strepen

het resultaat
een eeuwenoud boek;
het enige
Jeroen Kraakman @ 17 Mar 2024

na voorpret en feestdagen, culminerend in
spectaculaire sterrenregens
strompelen we slaapdronken de eenendertig eerste dagen door
om over de drempel der troosteloze grijsheid te struikelen
zodra de f in de maand zit

wat volgt is van een eindeloze tristesse dat woorden nimmer
recht doen aan de dodelijke droefenis
de dansers zijn omgevallen
zelfs de dichters zwijgen
hun pennen uitgedroogd op kromgetrokken papier
de tranen vergeeld

in de verte lonken herinneren
als fata morgana
verlangend ijlen we van
dorst naar meer dan
kille stiltes en druipende donkertes die onmerkbaar traag
terugtrekken

op de drempel van de hoop
slaat de lelijkste letter nog eenmaal hard toe
grist ze de paraplu
uit mijn mocktail
stampt deze plat onder modderlaarzen om het
daarna weer in mijn glas te plempen

februari zal nog eenmaal ons verlangen dempen
Jeroen Kraakman @ 28 Feb 2024

volgende - vorige

of check het archiev



© 2007-2023 aaprijdtkever.nl